De supermarktoorlog

Een oorlog tussen de supermarkten. Het was een concurrentiestrijd die in alle hevigheid gevoerd werd. Met de huidige prijzen in de supermarkt die elke week (lijken) te stijgen is dit bijna niet meer voor te stellen. Toch was dit het geval in 2003 tot 2006 ongeveer. Dat klinkt natuurlijk alleen maar positief, maar toch zaten er ook effecten aan die als nadelig gezien kunnen worden, daar komen we straks op terug.

Albert Heijn start de oorlog

Het begon allemaal met de Albert Heijn die besloot om 1000 producten, blijvend in prijs te verlagen. Dit ging om ongeveer 10%, wat best aanzienlijk is. Het idee hierachter was om een beter imago te creëren als het ging om prijsbewust winkelen. De AH heeft tot dan toen bij veel mensen toch een iets luxer, maar ook duurder imago. Deze supermarkt zal nooit een prijsvechter willen worden, maar ze willen ook niet dat ze direct in verband gebracht worden met het idee dat alles hier duurder is dan bij de concurrent.

Om in het oorlogsjargon te blijven, dit sloeg natuurlijk in als een bom! De prijsverlagingen waren substantieel en andere supermarktketens zagen zich genoodzaakt om hun prijzen ook te verlagen. De prijsoorlog tussen de supermarkten is begonnen. De vele prijsverlagingen werken in het voordeel van de consument. Ze zien dat de supermarkten hun best doen om hun over te halen klant te worden of te blijven omdat ze de goedkoopste zijn. Er wordt geschermd met laagste prijs garantie of soms zelf extra korting als het ergens anders toch goedkoper is.

Een prijsoorlog is goed voor iedereen?

Op het eerste gezicht is deze strijd alleen maar goed te noemen. De consumenten kunnen meer boodschappen kopen voor hetzelfde geld of ze houden geld over als ze evenveel boodschappen blijven kopen. We zouden kunnen zeggen dat er sprake is van een koopkrachtstijging. Aan de andere kant zullen de supermarkten minder omzet draaien. De aandeelhouders van de supermarkten zijn hier niet blij mee, aangezien een mindere winstmarge niet iets is waar ze op zitten te wachten. De supermarkten reageren door te onderhandelen met de leveranciers. Ze willen ook een lagere prijs geven voor de producenten, zoals bijvoorbeeld van de landbouw en veeteelt. Als dit lukt dan verschuiven de kosten dus van de supermarkt naar de leveranciers en zal de winstmarge voor de supermarkten weer stijgen. De vraag is echter in hoeverre deze inkoopprijs nog kan zakken, want de leveranciers zullen ook niet voor niets willen werken.
De supermarkten zullen dan ook proberen om op andere kosten te besparen. Bijvoorbeeld door meer efficient te werken, wat dus weer positief kan uitpakken.

In de praktijk waren er verschillende effecten waar te nemen. Zo steeg de omzet in de eerste week van de prijsoorlog zelfs met 5%. Doordat alles goedkoper was, gaf dit een impuls aan de consument om meer te kopen. Dit effect zou in de loop van de tijd echter weer afnemen. Omdat de winstmarge van de supermarkten onder druk stond door de lage prijzen, waren er sommige supermarken, die al in de problemen zaten, hierdoor nog dieper in de problemen kwamen. Het omvallen van bijvoorbeeld de supermarkten van Konmars worden mede aan de prijsoorlog toegeschreven.

Kritiek van Minister Veerman van Landbouw

Vanuit de politiek kwam er kritiek van toenmalig minister Veerman van Landbouw. Volgens hem zou de prijsoorlog enkel op korte termijn positief zijn voor de consument, maar op de lange termijn slecht uitpakken en iedereen armer maken. "Kijk maar naar Duitsland" zei hij, "daar moeten mensen zelf hun spullen uit de dozen pakken." Wat natuurlijk uiteindelijk ook in Nederland zou gebeuren met de Aldi en de Lidl, maar dat was gewoon onderdeel van hun winkelformule. De komende jaren zou de politiek nog verschillende keren discussiëren of ze moesten ingrijpen. Uiteindelijk is er geen wetgeving voor in stelling gebracht omdat de supermarktoorlog uiteindelijk vanzelf op een einde liep.

De oorlog is voorbij

In 2006 komt de prijsoorlog tussen de supermarkten ten einde. De winnaar was in eerste instantie de consument, maar de jaren daarna zouden de prijzen vooral weer stijgen. Ook de AH is goed uit de strijd gekomen. Ze rekenden af met hun (te) dure imago en konden hun marktaandeel vergroten. Een aantal supermarkten kon mede door de prijsverlagingen niet overleven en werden overgenomen.

Hoewel deze supermarktoorlog best wel een onderwerp van gesprek was in deze periode is het uiteindelijk slechts een voetnoot in de geschiedenis gebleken. Veel bleef bij het oude en effecten waren slechts tijdelijk. Gezien de huidige prijzen en het steeds maar verhogen daarvan, lijkt op dit moment, eind 2022, bijna of het omgekeerde effect aan de gang is. Het is de vraag of na deze periode van prijsstijgingen er weer een supermarkt zal zijn die het aandurft om een prijzenoorlog te ontketenen.

Bekijk hier meer informatie en andere artikelen over supermarkten.